Kwaliteitseisen

Kwaliteitseisen in de gastouderopvang  

 

Wet en Regelgeving 
De kwaliteit van kinderopvang wordt geregeld in de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen, een Algemene Maatregel van Bestuur (AmvB) en een Ministeriële Regeling. De wet zegt dat ieder gastouderbureau verantwoorde kinderopvang aan moet bieden. Daar wordt onder verstaan dat het gastouderbureau bijdraagt aan een goede en gezonde ontwikkeling van het kind in een veilige en gezonde omgeving. In de AMvB en de Ministeriële Regeling staan specifieke regels omtrent kwaliteit beschreven. Van deze wettelijk kwaliteitseisen mag niet worden afgeweken.  
Verantwoordelijkheden van het gastouderbureau 
Het gastouderbureau moet volgens de wet zorgen voor verantwoorde kinderopvang. Volgens de AMvB en de Ministeriële Regeling beoordeelt het gastouderbureau per gastouder of de samenstelling van de groep op te vangen kinderen verantwoord is. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gekeken naar de grootte van de opvangruimte, de leeftijd van de kinderen, de eventuele extra zorg die kinderen nodig hebben en de deskundigheid en ervaring van de gastouder. Het gastouderbureau besteedt, volgens de AMvB en de Ministeriële Regeling, per jaar tenminste 16 uur aan begeleiding en bemiddeling per gastouder. Daarnaast moet het gastouderbureau goed bereikbaar zijn voor ouders en gastouders en moeten alle betalingen via het gastouderbureau lopen.  

 

Het gastouderbureau en ouders 
In de AMvB en de Ministeriële Regeling ligt een aantal verantwoordelijkheden van het gastouderbureau vast. Na een formele inschrijving vindt er een intakegesprek tussen ouder en gastouderbureau plaats. Tijdens dit gesprek wordt besproken waar de opvang plaats zal vinden en krijgt de ouder informatie over de inhoud van gastouderopvang en de dienstverlening en kosten van het gastouderbureau. Vervolgens zorgt het gastouderbureau voor een koppeling van ouder en gastouder en wordt er informatie verstrekt aan de ouders over de gastouder en aan de gastouder over het kind. Tot slot vindt een koppelingsgesprek plaats, waarbij ouders, gastouder en het gastouderbureau aanwezig zijn. Het gastouderbureau is verantwoordelijk voor de begeleiding van ouders en gastouder, het vastleggen van afspraken en het sluiten van een overeenkomst. Daarnaast zorgt het gastouderbureau voor een jaarlijks evaluatiegesprek met de ouders, waarvan een schriftelijk verslag wordt gemaakt.   

 

Groepsgrootte 
Volgens de wet moet de opvang aantoonbaar aandacht besteden aan de groepsgrootte. In de AMvB en de Ministeriële Regeling staat dat een gastouder ten hoogste vijf kinderen van 0 tot 4 jaar of ten hoogste zes kinderen van 0 tot 13 jaar op mag vangen. De kinderen van de gastouder (tot 10 jaar) moeten hierin worden meegerekend. In beide gevallen mogen maximaal vier kinderen van 0 en 1 jaar aanwezig zijn, waarvan maximaal twee kinderen van 0 jaar. 
 
Het gastouderbureau en de gastouder 
Het gastouderbureau zorgt voor de werving van gastouders en geeft hen uitleg over de wettelijke eisen aan, en het werk van, een gastouder. Het intakegesprek met de gastouder vindt plaats op het toekomstige opvangadres. Het gastouderbureau informeert naar de aanwezige competenties en gevolgde scholing en geeft uitleg over het pedagogisch beleid van de gastouderopvang. Er wordt getoetst of de opvoedideeën van de gastouder aansluiten bij het pedagogisch beleid en er wordt een risico-inventarisatie van het opvangadres uitgevoerd en besproken.  Het gastouderbureau draagt zorg voor de scholing van de gastouder, zodat de gastouder voldoet aan de wettelijke deskundigheidseisen, en begeleidt de gastouder bij de inspectie door de GGD. Tot slot bezoekt het gastouderbureau twee maal per jaar het opvangadres om de opvang aan kwaliteitscriteria te toetsen en vindt er tenminste jaarlijks een voortgangsgesprek plaats met de gastouder op het opvangadres.   

 

Eisen aan de gastouder 
In de wet wordt aangegeven dat de gastouder moet zorgen voor verantwoorde opvang. Daarnaast moet een gastouder in het bezit zijn van een diploma uit de  en een geregistreerd certificaat Eerste Hulp aan Kinderen van het Oranje Kruis. Volgens de AMvB en de Ministeriële Regeling moet een gastouder telefonisch bereikbaar zijn en handelen naar het door het gastouderbureau vastgestelde pedagogisch beleidsplan. Wanneer er meer dan drie kinderen opgevangen worden, moet er bovendien een achterwacht beschikbaar zijn; een volwassene die bij calamiteiten binnen 15 minuten bij het opvangadres aanwezig is. Deze achterwacht dient tijdens opvangtijden altijd telefonisch bereikbaar te zijn.  
Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) 
Volgens de wet moeten gastouders en bij het gastouderbureau werkzame personen (inclusief de houder) een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) aan het gastouderbureau overleggen. Daarnaast moeten ook andere personen van 18 jaar of ouder, die op hetzelfde adres als de gastouder wonen of als stagiaire of vrijwilliger werken, in het bezit zijn van een VOG. De VOG moet voor de start van het dienstverband worden overlegd en mag op dat moment niet ouder zijn dan twee maanden. Een VOG geeft aan dat er geen belemmering is gevonden voor de uitoefening van een specifieke functie en is daarmee een controle aan de poort. Delicten die relevant zijn, en alle delicten die in het buitenland zijn gepleegd, worden toegevoegd aan het dossier in Nederland en vice versa en worden meegenomen in de afweging tot het afgeven van een VOG door Dienst Justis. Per 1 maart 2013 is er daarnaast sprake van continue screening. Zodra personen die in de kinderopvang werken in aanraking komen met justitie vanwege een strafbaar feit (bijvoorbeeld de gastouder), bekijkt Dienst Justis of het vergrijp van invloed is op het uitoefenen van de functie. Als dit zo is, krijgt de houder hiervan een melding via de betreffende de GGD. De betreffende persoon is na de melding verplicht een nieuwe VOG aan te vragen. Zonder VOG is hij of zij niet meer bevoegd om in de kinderopvang te werken. Het systeem rondom continue screening is momenteel nog in ontwikkeling. Een handleiding die door SZW is ontwikkeld over dit onderwerp vindt u in de bibliotheek op onze website.  BOinK raadt aan om gastouders en medewerkers aan een goede screening te onderwerpen, door onder andere referenties te checken. 
 
Accommodatie en inrichting 
Huisvesting is een belangrijk onderdeel van de kwaliteit van de opvang. Het opvangadres moet volgens de AMvB en de Ministeriële Regeling beschikken over voldoende speel- en slaapruimte voor kinderen. Voor kinderen tot 1,5 jaar moet een op het aantal kinderen afgestemde afzonderlijke slaapruimte zijn. De buitenspeelruimte moet in overeenstemming met het aantal en de leeftijd van de op te vangen kinderen zijn ingericht. De opvang dient zich daarnaast ook te houden aan het Bouwbesluit,  het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen en het Warenwetbesluit bedden en boxen. Meer informatie over veiligheid van speeltoestellen vindt u via www.allesoverspelen.nl.  

 

Pedagogisch beleid 
In de AMvB en de Ministeriële Regeling ligt vast dat het gastouderbureau een pedagogisch beleidsplan moet hebben, waarin de visie op de omgang met kinderen is beschreven. Het plan bevat in duidelijke termen een beschrijving van de wijze waarop de emotionele veiligheid van kinderen wordt gewaarborgd, de mogelijkheden voor kinderen tot de ontwikkeling van hun persoonlijke en sociale competentie, en de wijze waarop de overdracht van normen en waarden plaatsvindt. Daarnaast staat de samenstelling en de maximale omvang van de door de gastouder op te vangen kinderen omschreven. Het pedagogisch beleidsplan gaat ten slotte in op de eisen die worden gesteld aan het opvangadres. De gastouder moet handelen naar het pedagogisch beleid.  

 

Veiligheid en gezondheid 
Volgens de wet moet elke opvang een beleid voeren dat de veiligheid en de gezondheid van de kinderen zoveel mogelijk waarborgt. In een risico-inventarisatie moet het gastouderbureau schriftelijk vastleggen welke risi gastouderbureau als de gastouder moeten op de hoogte en in bezit zijn van de door beide partijen ondertekende risico-inventarisatie. Een risico-inventarisatie bevat volgens de AMvB en de Ministeriële Regeling een beschrijving van de veiligheids- en gezondheids-risico's van alle voor kinderen toegankelijke ruimtes, inclusief de buitenspeelruimte, en een plan van aanpak waarin staat hoe en wanneer de veiligheid verbeterd wordt. De inventarisatie van de ve beschrijft in ieder geval de risico's op verbranding, vergiftiging, verdrinking, valongevallen, verwondingen, beknelling, botsen, stoten, steken en snijden. De risico-inventarisatie bevat tevens een lijst van ongevallen met de aard, datum en plaats van het ongeval en de leeftijd van het betrokken kind, alsmede een overzicht van de maatregelen die de opvang naar aanleiding van elk ongeval heeft getroffen ter verbetering van de veiligheid. De inventarisatie van de gezondheidsrisico's beschrijft in ieder geval de risico's ten aanzien van het voorkomen van ziektekiemen, het binnenmilieu en buitenmilieu van de opvang en het medisch handelen. Ook dient de opvang zich aan de Warenwet te houden. De risico-inventarisatie wordt jaarlijks uitgevoerd, mits er geen grote veranderingen plaatsvinden, en is openbaar voor ouders. Tot slot moet elke opvanglocatie verplicht beschikken over rookmelders. Meer informatie over veiligheid kunt u vinden bij VeiligheidNL, via de website over de Risicomonitor en in de Wet publieke gezondheid.    
 
Informatievoorziening 
Volgens de wet moet het gastouderbureau ouders informeren over het te voeren beleid, zoals het pedagogisch beleid, het voedingsbeleid en de risico-inventarisatie. Daarnaast moet het gastouderbureau ouders informeren over het inspectierapport van de GGD en deze snel en duidelijk vindbaar op de eigen website plaatsen. Indien er geen eigen website is, moet het inspectierapport op een voor ouders toegankelijke plaats ter inzage liggen.  
Certificering 
Naast het wettelijk kader heeft de sector kinderopvang een eigen kwaliteitsstelsel waarin met certificaten wordt gewerkt, genaamd Harmonisatie Kwaliteitsbeoordeling in de Zorgsector (HKZ).  Als een gastouderbureau voor dit kwaliteitscertificaat in aanmerking wil komen, moet het aan een aantal eisen voldoen. Er wordt met name gekeken of het beleid en de werkwijzen goed op papier staan. Meer informatie vindt u op de website van HKZ.  
De meldcode kindermishandeling & de meldplicht 
Opvangorganisaties spelen een belangrijke rol in het signaleren en melden van (vermoedens van) kindermishandeling. Daarom dient iedere opvang volgens de AMvB en de Ministeriële Regeling een meldcode te hebben voor vermoedens van kindermishandeling of seksueel misbruik. Deze meldcode vertelt welke procedure gevolgd moeten worden bij vermoedens.  De medewerkers van de opvang moeten op de hoogte zijn van het bestaan en de inhoud van de meldcode en moeten ernaar kunnen handelen. In opdracht van Brancheorganisatie Kinderopvang heeft het expertisecentrum voor jeugd samenleving en opvoeding (JSO) in samenwerking met onder andere BOinK een voorbeeld meldcode ontwikkeld. Deze kunt u vinden in de BOinK bibliotheek. Meer informatie over het onderwerp kindermishandeling kunt u vinden op de website van het Nederlands Jeugdinstituut. Naast het hanteren van een meldcode geldt er voor werkgevers ook een meldplicht. Dit houdt in dat er direct overleg gepleegd moet worden met de vertrouwensinspecteur van de Inspectie van het Onderwijs wanneer hij aanwijzingen heeft dat een werknemer seksueel of ander geweld gebruikt tegen een kind. De vertrouwensinspecteur zal de werkgever adviseren wat hij moet doen. Gaat het om een strafbaar feit, dan moet de werkgever hiervan aangifte doen. Er geldt ook een meldplicht voor werknemers die aanwijzingen hebben dat een collega (dit kan ook de werkgever zijn) geweld gebruikt tegen een kind en ook ouders kunnen terecht bij de vertrouwensinspecteur. Meer informatie hierover staat in deze brochure.  
Luchtkwaliteit 
Het opvangadres moet volgens de AMvB en de Ministeriële Regeling volledig rookvrij zijn. Daarnaast is CO2 (kooldioxide) een goede indicator voor de kwaliteit van de lucht. In geval van een (oud) gebouw met te weinig ventilatie- en/of spuivoorzieningen kan er aanleiding zijn om een CO2-melder te plaatsen. Op grond van de bouwregelgeving is dit echter niet verplicht. Een CO2meter kan het beste op neushoogte worden geplaatst. Op de website van de Rijksoverheid vindt u een factsheet met relevante informatie over de luchtkwaliteit.  
Bron vermelding Boink